|
|
Het orgel is oorspronkelijk gebouwd in 1914 door Standaart Orgelbouw uit
Rotterdam, onder advies van A. Verhey. Deze oriënteerde zich op het toen nieuwe
instrument in de Gereformeerde Nieuwe Zuiderkerk te Rotterdam, een
Duits-Romantisch instrument gebouwd door de firma Walcker. Het resultaat was een
orgel dat nogal eenzijdig was gedisponeerd, naast een groot aantal grondstemmen
waren slechts enkele combinatiestemmen geplaatst.
|
het orgelfront
 |
|
Manuaal I:
Bourdon 16'
Prestant 8'
Viola di G. 8'
Aeoline 8'
Flûte Har. 8'
Flûte Travers 8'
Roerfluit 8'
Quintadeen 8'
Octaaf 4'
Woudfluit 2'
Trompet Har. 8' |
Manaal II:
Vioolprestant 8'
Salicionaal 8'
Viola d'Amore 8'
Gemshoorn 8'
Holpijp 8'
Flûte dolce 4'
Vox Humana 8'
Tremulant |
Pedaal:
Subbas 16'
Baarpijp 8'
Bazuin 16' |
In de loop van de jaren is er
erg veel aan het instrument veranderd. Helaas is er nooit goed bijgehouden
welke orgelmaker welke werkzaamheden op welk moment heeft uitgevoerd.
Toch enkele details uit de geschiedenis van het instrument: |
|
- De oorspronkelijk pneumatische
tractuur is omgewerkt tot electro-pneumatisch.
- Een flink aantal grondstemmen is vervangen door hogere registers.
- Het pedaal is uitgebreid met twee stemmen.
-Het instrument is meerdere malen opnieuw geïntoneerd, waarbij eerst een
helderder klankbeeld werd nagestreefd, en recenter een meer oorspronkelijke
klankgeving. |
speeltafel
 |
|
In de eerste helft van 2008 is er groot onderhoud uitgevoerd
aan het instrument. Het oorspronkelijke plan, waarin sprake was van een duur
van enkele weken, bleek al gauw niet haalbaar te zijn. Het is uiteindelijk een
operatie van zo'n vijf maanden geworden.
Tijdens het schoonmaken bleek namelijk dat het pijpwerk veel meer kleine
beschadigingen had dan verwacht: bij sommige registers werd in iedere pijp wel
een deuk ontdekt, en vele pijpen waren voorzien van gaatjes, zodat lekken in
de windlade niet zouden worden gehoord.
Ook in de laden werden meer gebreken ontdekt dan verwacht: na het vervangen
van alle pneumatiekbalgjes bleken noodgrepen uit het verleden om kapotte
balgjes te maskeren allerlei hangers te veroorzaken. Dit leidde tot een
eveneens langdurig proces van werkzaamheden aan de kegels en
kegelstangen in de lade.
In één van de cancellen (registercancellen, natuurlijk) bleef windverlies
optreden, zodat de hoofdwerklade ook van bovenaf open moest worden gemaakt. De
hanger bleek te worden veroorzaakt door een duimstok, die ooit in de lade is
blijven liggen...
Bij het ontruimen van het zwelwerk bleek de bevestiging van een
uitbreidingslade die aan de muur hing bijna helemaal losgegaan. Nieuwe deuvels
van hardhout zijn hier aangebracht, zodat de lade weer in zijn oorspronkelijke
positie kon worden gefixeerd. Dit betekende wel dat de aan de verzakking
aangepaste ophanging van de pijpen ook weer naar zijn oorspronkelijke positie
moest worden verplaatst.
Bij het werk aan de zwelkas bleek de middenstijl zo getordeerd dat het niet
mogelijk was de kas sluitend te maken met gebruikmaking ervan, zodat een
nieuwe werd gemaakt.
Bij het werk aan de contacten bleek dat de maatvoering van de toetsen niet
ideaal was voor het vervangen ervan door modern materiaal.
Door de reparaties moest veel pijpwerk opnieuw geïntoneerd worden. Van de
gelegenheid is gebruik gemaakt om het klankbeeld sluitender te maken, voor
zover het zeer diverse pijpwerk dit toestond. Het resultaat is een warmer en
gelijkmatiger klank, waar individuele registers zoals de Quint 2 2/3', Octaaf
2', Mixtuur, Cornet en Trompet minder op zichzelf staan. De fluiten 4' en 2'
zijn ontspannener van klank, de Prestant 8' is minder plomp, zodat de andere
achtvoeten meer kleur kunnen leveren.
Het eindresultaat is een orgel met een fraai klankbeeld, dat weliswaar niet
oorspronkelijk genoemd kan worden, maar wel een eigen geluid heeft. Allerlei
muziek, mits zorgvuldig gekozen en geregistreerd, kan erop tot zijn recht
komen. |